Cum laude afstuderen: er zijn grote verschillen

(Bron: voxweb.nl. Foto van Dick van Aalst)

Na aanleiding van een artikel wat afgelopen woensdag in de VOX verscheen, heeft onze fractievoorzitter, Jasper van Ulsen, een interview gegeven.

De asap-fractie is van mening dat er meer inzicht moet komen in de wijze waarop studenten cum laude slagen. Je kunt hier het hele interview met de VOX terug vinden.

Daarnaast schreef de fractie onderstaand statement waarin zij uitleggen waarom extra onderzoek nodig is:

“Tot 2015 hanteerden de verschillende faculteiten op de RU verschillende regels en richtlijnen omtrent de judicia (cum laude, summa cum laude). De verschillen tussen de faculteiten waren enorm en de universitaire medezeggenschap heeft zich er hard voor gemaakt om de verschillen te verkleinen. Mede door de inzet van de universitaire medezeggenschap is er nu meer eenheid in de richtlijnen rondom de judicia bij de faculteiten, waardoor de verschillen zijn afgenomen. Echter, er blijkt in het aantal judicia dat per faculteit wordt afgegeven nog steeds verschillen te bestaan. De gevonden verschillen roepen begrijpelijkerwijs vragen op of deze verschillen terecht zijn en wat de oorzaak is van deze verschillen. Studentenpartij asap is van mening dat er op basis van deze cijfers niet gezegd kan worden of de verschillen al dan niet te groot zijn, omdat dit afhankelijk is van de oorzaak van de verschillen. Er is dan ook meer onderzoek nodig. Mogelijke oorzaken van de verschillende zouden bijvoorbeeld gezocht kunnen worden in de kwaliteit van begeleiding bij een opleiding, het aantal studenten van een opleiding, laagdrempeligheid van contact met docenten en individuele aandacht. Mocht uit onderzoek inderdaad blijken dat hierdoor hogere cijfers worden gehaald op bepaalde faculteiten, dan zou dat een belangrijker aandachtspunt zijn om het kwaliteit van onderwijs te verbeteren dan het gelijktrekken van het aantal judicia dat uitgereikt wordt. Een andere belangrijke vergelijking die volgens asap gemaakt moet worden, is de vergelijking van cijfers met dezelfde opleidingen in andere steden. Op deze manier kan inzichtelijk worden gemaakt hoe onze studenten scoren ten opzichte van studenten met dezelfde opleiding in een andere stad. Blijkt dat even vaardige studenten uit andere steden, minder hoge of hogere cijfers halen dan de studenten op de RU, dan is dat een punt van aandacht. Pas dan kan er geconcludeerd worden of de verschillen tussen de faculteiten al dan niet terecht zijn.”