Toetsen op de Radboud Universiteit: van afrekenmoment naar leermoment

De huidige manier van toetsen draagt onvoldoende bij aan de kwaliteit van het onderwijs, schreef de Onderwijsraad vorig jaar. Ook op de Radboud Universiteit domineren oppervlakkige meerkeuzetoetsen en enkelvoudige beslismomenten in toenemende mate, schrijven de fractieleden van studentenpartij asap. Het tij moet keren, vinden zij.

Het behalen van studiepunten is een essentieel onderdeel van de studententijd. Zonder het benodigde aantal EC geen bachelor- of masterdiploma, en dus wordt alles in het werk gesteld om studenten richting de eindstreep van een cursus (lees: een voldoende) te loodsen. Het afronden van een cursus is een doel op zich geworden, waarbij het achterliggende leerproces langzaam maar zeker uit het oog is verloren. De grote boosdoener: onze toetscultuur.

Gebonden keuze

De eerste disbalans in de toetsing wordt veroorzaakt door het overmatige gebruik van kwantitatieve toetsing. Als gevolg van de stijgende studentenaantallen leunen docenten geregeld op meerkeuzetentamens, met opleidingen als Bedrijfskunde en Psychologie als schrijnende voorbeelden. Dat is funest voor het leerproces van studenten: zij ontvangen steeds minder ‘rijke’ feedback en hebben daardoor minder zicht op de gaten in hun kennis. En dan te bedenken dat de toename in kwantitatieve toetsing voornamelijk voortkomt uit financiële en praktische overwegingen.

Uiteraard hoeven meerkeuzevragen niet direct bij het grof vuil te worden gezet. Kwantitatieve toetsing biedt zeker ook voordelen; door de volledige standaardisatie van de beoordeling, is het de meest objectieve vorm van tentamineren. Interpretatie komt om de hoek kijken bij het beoordelen van antwoorden op open vragen. Daarnaast zijn meerkeuzevragen bij uitstek geschikt om feitelijke kennis te toetsen.

 ‘Formatief toetsen geeft ruimte om verdere ontwikkeling bij te sturen en verbeteringen aan te brengen.’

De kracht van open vragen ligt dan weer in het feit dat zij geregeld een diepgaand inzicht in de literatuur en de cursusstof vereisen. De student wordt uitgedaagd aan te tonen de stof eigen gemaakt te hebben. Daarnaast biedt kwalitatieve toetsing mogelijkheden tot toepassing en zet het aan tot reflectie. Het is dan ook belangrijk om het beste van twee werelden te combineren. Daar waar mogelijk zouden kwantitatieve en kwalitatieve onderdelen elkaar moeten afwisselen. Asap pleit er dan ook voor dat docenten de ruimte krijgen om te zoeken naar een betere balans en dat de universiteit het zoeken naar die juiste balans actief aanmoedigt.

Formatieve toetsing

Niet alleen de meerkeuzetentamens die uit de kast worden getrokken zijn problematisch, ook de zogenaamde summatieve toetsing die in het gros van de cursussen centraal staat, doet een duit in het zakje. Deze vorm van toetsing dient om de balans op te maken: het bepaalt of de student voldoende kennis en vaardigheden heeft opgedaan om door te gaan naar het volgende onderdeel. Een overschot aan dit soort toetsing leidt tot een ‘afrekencultuur’, waarin studenten niet verder geholpen worden, maar alleen een groene of rode stempel krijgen.

‘Op een voldoende beoordeeld onderzoeksvoorstel ontvang je helaas geen feedback.’

Dit staat haaks op de alom geprezen formatieve toetsing, dat als doel heeft om de student inzicht te geven in het leerproces: wat gaat er goed en wat kan of moet nog beter? Het geeft ruimte om verdere ontwikkeling bij te sturen en verbeteringen aan te brengen. Formatieve toetsing komt in de praktijk op de Radboud Universiteit weinig voor. Dat is jammer, want juist deze vorm van toetsing draagt bij aan de ontwikkeling van studenten, en dat zonder extra studiedruk.

Naar een feedbackcultuur

Het belang van feedbackmomenten en inzagen zou op hoog niveau moeten worden ingezien. Zo komt het voor dat alleen studenten die een tentamen niet hebben gehaald, de gelegenheid krijgen om met de docent naar hun antwoorden te kijken. Exemplarisch is een e-mail die een student ontving nadat hij informeerde of de feedback op zijn onderzoeksvoorstel voor zijn bachelorscriptie ergens te raadplegen was: “Op een voldoende beoordeeld onderzoeksvoorstel ontvang je helaas geen feedback.” Onze docenten kunnen we het niet kwalijk nemen. Zij geven aan te weinig tijd te hebben om iedereen een duw in de juiste richting te geven.

Meer tijd is slechts een onderdeel van de oplossing. Als resultaten in grotere mate inzicht moeten bieden in waar een student staat en in welke vaardigheden en onderwerpen extra aandacht behoeven, dient er geïnvesteerd te worden in de kennis en kunde van docenten op het gebied van toetsing en feedback. De Radboud Universiteit onderscheidt zich met de kleinschalige en persoonlijke onderwijsvormen. Laten we dat karakter koesteren en verder doortrekken in curricula. Geef docenten de tools én de tijd om het leerproces van studenten te verbeteren – een mooie taak voor het Radboud Teaching and Learning Centre, dat in januari zijn deuren opent.

Dit artikel is geschreven door de fractieleden van Studentenpartij asap: Thom Teulings, Annemarijn Blom, Hans Kunstman en Auke van Wersch. Op 9 december 2019 verscheen dit artikel met bijbehorende afbeelding op Voxweb.

Afbeelding: Bramdehaan (wikicommons).