Studentenraad adviseert over proctoring

Gisteren is er vanuit de Studentenraad een gezamenlijk en unaniem advies uitgebracht over proctoring, waarin gesteld wordt dat proctoring noch in een pilot, noch in het onderwijs zou mogen worden toegepast. Alleen in het hoogst uitzonderlijke geval dat alternatieve toetsvormen niet geschikt zijn bevonden, kan proctoring worden overwogen. In dat geval dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: 

  1. Docenten en/of examencommissies moeten een onderbouwde aanvraag indienen bij het college van bestuur wanneer zij proctoring wensen in te zetten bij een tentamen. In deze aanvraag dient per onderdeel van proctoring (opname van beeld, geluid, gebruik van eyetracking en monitoring van het device) de noodzaak te worden onderbouwd. Tevens moet er worden aangegeven welke andere toetsvormen zijn overwogen en dient te worden onderbouwd waarom deze niet voldoen;
  2. Onderbouwde aanvragen worden beoordeeld door een onafhankelijke commissie. In de beoordelingscommissie dienen minstens een deskundige op het gebied van toetsing, een student en een docent plaats te nemen;
  3. De bovengenoemde commissie neemt bij de beoordeling van bovengenoemde aanvragen privacy, doelmatigheid, doeltreffendheid en didactiek in overweging. Op basis van deze beoordeling formuleert de commissie per aanvraag een advies aan het college van bestuur dat vervolgens per tentamen een besluit neemt over de toepassing van proctoring;
  4. De aanvraag van de docent en/of examencommissie, het advies van de bovengenoemde commissie en het besluit van het college van bestuur dienen voor eenieder openbaar inzichtelijk te zijn;
  5. Proctoring wordt alleen toegepast wanneer de fraudegevoeligheid aantoonbaar en significant lager is dan bij andere toetsvormen;
  6. De gegevens die verzameld worden om fraude te detecteren mogen alleen bewaard worden na het tentamen wanneer er tijdens het tentamen een vermoeden van fraude bestaat bij een (menselijke) surveillant;
  7. De verwerking en opslag van persoonsgegevens dient ten minste te voldoen aan de normen die in de AVG worden gesteld. De verwerking en opslag van persoonsgegevens mag alleen plaatsvinden met fraudebestrijding als doel;
  8. Het college van bestuur dient zorg te dragen voor een volwaardig alternatief voor tentamens waar proctoring wordt ingezet wanneer studenten niet in staat zijn om thuis het tentamen af te leggen, of wanneer studenten daartegen principiële bezwaren hebben. Het volwaardige alternatief dient binnen hetzelfde kwartaal van het collegejaar te worden aangeboden;
  9. Studenten dienen adequaat te worden geïnformeerd over de persoonsgegevens die worden verzameld en/of verwerkt.

De fractie van asap zal ook de komende weken de ontwikkelingen kritisch volgen. Blijf op de hoogte via onze liveblog.